Fototip Marco Meijerink, Tenerife

TechnoTip 7

Goedkope compactcamera’s (zoals in je telefoon) zijn bijna niet in staat om een grote scherptediepte te creëren. Met een spiegelreflexcamera gaat dat een stuk makkelijker.

FotoTip 7

Scherptediepte

Kies je onderwerp, kies je onderwerp! Tijdens een van de vele fotocursussen die ik geef is dat de zin die ik regelmatig uitroep. Het lijkt zo eenvoudig en voor de hand liggend. Maar eenmaal turend door je lens is het vaak verschrikkelijk lastig om je onderwerp te isoleren van de rest van de omgeving. Het resultaat is vaak een foto waarbij je vrienden niet meer zien wat het onderwerp van de foto was. En wanneer jij de foto een jaartje later terug ziet is ook voor jou het onderwerp niet meer duidelijk. Het gebruik maken van scherptediepte kan hierbij uitkomst bieden.

Even wat theorie. Scherptediepte is de term die fotografen gebruiken om aan te geven hoe scherp een foto moet zijn. Of liever gezegd: hoe scherp de foto voor- en achter het onderwerp moet zijn. Als je de scherptediepte kunt controleren kun je daar leuke dingen mee doen. Op de bovenstaande foto is het onderwerp duidelijk. De witte fiets met de zwarte tassen is haarscherp maar is tevens ook het enige scherpe beeld in de foto. Zowel de voorgrond als de achtergrond is onscherp. En dat is heel bewust gedaan. De kiezels op de grond, de gekleurde bergen en zelfs de benen van Lisette ondersteunen allemaal het onderwerp. En iets wat als ondersteuning dient is geen onderwerp en hoeft daarom niet scherp te zijn. Zo wordt een vrij simpele foto toch nog interessant.

Om een kleine scherptediepte te krijgen (waarbij dus alleen het onderwerp scherp is) kun je drie dingen doen, te weten: Kies op je camera een groot diafragma (4.0 bijvoorbeeld). Gebruik een telelens. En zorg voor voldoende afstand tussen het onderwerp en de achtergrond. Als je dat eenmaal heb gedaan is het gewoon een kwestie van klikken.