Fototip Marco Meijerink, paso Agua Negra in Argentinie

TechnoTip 2

Pak niet gelijk je camera wanneer je net na een klim van de fiets afspringt. Adem even goed in en uit en zorg dat je lichaam een beetje tot rust komt. Dat voorkomt dat je trillend de foto maakt en dat je beeld bewogen is.

FotoTip 2

Platte plaat

Er zijn fietsers die houden van klimmen. Hoe hoger hoe beter, hoe langer hoe mooier. Tijdens het klimmen maakt het lichaam adrenaline aan en dat zorgt voor een bijna euforisch gevoel. Het ritme van de adem loopt synchroon met het trappen op de pedalen. Uitademen, trapper neer, inademen trapper op. Terwijl de uren verstrijken lijkt het klimmen je steeds makkelijker af te gaan. Je kijkt om je heen, je ziet het majestueuze landschap en ergens daar beneden fietst je vriendin. Tijd voor een foto.
Veel landschapsfoto’s die je als fietser maakt, lijken niet het gevoel weer te geven dat je als fietser had toen je daar zwoegend rond reed. Dat heeft te maken met de adrenaline die toen door je lichaam gierde en waardoor alles een beetje mooier lijkt dan het in werkelijkheid is. Maar vooral ook omdat wat je als kijker onderweg ziet niet hetzelfde is als op een foto. Een foto is een platte plaat, een tweedimensionaal beeld. Als mens is je blikveld driedimensionaal. Hoogte, diepte, de steile weg kun je als mens moeiteloos registreren. Combineer dat met zaken als kou, zweten, vermoeidheid, geluk, verdriet en je begrijpt dat een foto niet te vergelijken is met de menselijke ervaring. De platte plaat blijft dan ook een benadering. Maar gelukkig zijn er wel een aantal truckjes om de landschapsfoto een klein beetje het gevoel terug te geven van je fietstocht.

Er gelden twee gouden regels. Bepaal wat je onderwerp is en zorg voor diepte. En als je dat gedaan hebt: “gooi” alles weg wat niet relevant is.
Op deze foto beklimmen wij de Paso Agua Negra. Een pas van 4779 meter. Om ons heen bevinden zich besneeuwde toppen en een adembenemend landschap. Toch heb ik ervoor gekozen om te laten zien hoe het is om als fietser door een schijnloos dor en verlaten berglandschap te fietsen. Mijn onderwerp was Lisette. Of beter gezegd, mijn onderwerp was mijn fietsende vriendin in het verlaten landschap. Om dat gevoel beter tot zijn recht te laten komen is het cruciaal dat de weg verlaten is. Gelukkig was dat hier geen probleem.
Na het bepalen van het onderwerp heb ik alles wat niet dat gevoel benaderde uit het beeld gehaald. Oftewel: kijk door de zoeker van je camera en zoek naar de juiste compositie.
Daarna heb ik gezocht naar diepte. Bij het bekijken van een foto volgt je oog altijd een bepaalde lijn. Door de aanwezigheid van de weg is die lijn snel gevonden. Mijn oog volgt de weg, blijft rusten op de fietser en verdwijnt dan het ravijn in. Simpel. Even klikken. Klaar. En de platte plaat heeft gevoel en diepte gekregen.

De moeilijkheid is om delen van het mooie landschap juist niet in beeld te brengen. Als mens heb je juist een drang om dat wel te doen, om een totaalbeeld te creëren. Vaak is een totaalbeeld een heel goede registratie maar vertelt het niets over het gevoel van de klimmende fietser.